Pedagogisch beleid

Vanuit onze visie en vanuit ons pedagogisch beleid 0 – 4 jaar en 4 – 13 jaar sporen we kinderen aan tot ontwikkeling. We werken daarbij vanuit de overtuiging dat ieder kind van nature leergierig en competent is en zijn/haar eigen ontwikkeling, met eigen talenten in eigen tempo doormaakt. Een groep is voor kinderen een belangrijke speel- en leeromgeving voor de ontwikkeling van verschillende vaardigheden, zowel sociaal-emotioneel als cognitief, taal, creatief en motorisch.

Kinderopvang is een vak

In de Wet Kinderopvang zijn vier pedagogische basisdoelen voor kinderopvang vastgelegd.

  • het bieden van fysieke en emotionele veiligheid;
  • het bevorderen van persoonlijke competenties van kinderen;
  • het bevorderen van de sociale competenties van kinderen;
  • socialisatie door overdracht van waarden en normen.

Pedagogisch medewerkers zijn professionals. Zij creëren een veilige en rijke speel- en leeromgeving waarbij het kind centraal staat. Zij stellen zich voortdurend de vraag: “Wat is goed voor dit kind en zijn of haar ontwikkeling?” Zij kennen de stappen in de ontwikkeling die ieder kind in zijn/haar ontwikkeling doormaakt en spelen hierop in. Pedagogisch medewerkers werken samen met ouders en leerkrachten bij de begeleiding, zorg en opvoeding van kinderen. Onze pedagogisch medewerkers beschikken over interactievaardigheden waarmee zij de pedagogische basisdoelen bij kinderen kunnen bereiken:

  • sensitieve responsiviteit
  • respect voor de autonomie van het kind
  • structureren en grenzen stellen
  • praten en uitleggen
  • ontwikkelingsstimulering
  • begeleiden van interacties tussen kinderen

In de Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang zijn kwaliteitseisen per thema opgesteld. De thema’s zijn:

  1. De ontwikkeling van het kind staat centraal;
  2. Veiligheid en gezondheid
  3. Stabiliteit en pedagogisch maatwerk
  4. Kinderopvang is een vak

Pedagogisch werkplan op locatie

In het pedagogisch werkplan op locatie wordt beschreven hoe de groepen op locatie eruit zien, hoe vorm wordt gegeven aan het ‘opendeurenbeleid’, het vier-ogen principe en het mentorschap, wat de huis- en groepsregels zijn en welke activiteiten er binnen en buiten de groep plaatsvinden. Ook wordt beschreven hoe vorm wordt gegeven aan het vroeg- en voorschoolse educatie (VVE) programma. Een mentor, een van de pedagogisch medewerkers op de groep, volgt de ontwikkeling van uw kind en draagt de observatiegegevens over aan de leerkracht van groep 1 als uw kind naar de basisschool gaat. En eventueel ook aan de buitenschoolse opvang wanneer uw kind hier naartoe gaat. Het pedagogisch werkplan is op iedere locatie inzichtelijk voor ouders.

Meer informatie vindt u in het informatieboekje kinderopvang, het centraal pedagogisch beleid en het veiligheid en gezondheidsbeleid.

Observeren en overdracht

Als onderdeel van het VVE-programma, observeren de pedagogisch medewerkers kinderen in hun ontwikkeling, zodat zij gericht activiteiten en spel- en ontwikkelingsmaterialen kunnen aanbieden. Zij gebruiken hierbij een observatiemethode. De individuele ontwikkeling van kinderen wordt gevolgd op het gebied van o.a. spraak- en taalontwikkeling, motoriek, spelontwikkeling, zelfredzaamheid, de omgang met andere kinderen en cognitieve ontwikkeling. De pedagogisch medewerkers bespreken hun bevindingen met u tijdens een jaarlijks terugkerend oudergesprek. De observatie wordt overgedragen aan de leerkracht van groep 1 als uw kind naar de basisschool gaat. U geeft daarvoor toestemming. Voor doelgroepkinderen wordt de overdracht aan de leerkracht van groep 1 ook mondeling toegelicht.

Zorgen rondom kinderen

Wanneer leerkrachten of pedagogisch medewerkers zich zorgen maken over de ontwikkeling of het gedrag van een kind kunnen zij handelen volgens de interne zorgstructuur. In eerste instantie zullen zij hun zorgen bespreken met ouders om samen tot een oplossing te komen. Eventueel kunnen zij een beroep doen op de interne zorgcoördinator. De zorgcoördinator geeft adviezen op het gebied van pedagogische ondersteuning. Het doel is om kinderen (én ouders) in een zo vroeg mogelijk stadium de juiste hulp en begeleiding te bieden bij zorgen omtrent gedrag, ontwikkeling of de thuissituatie. Zonodig wordt gezamenlijk besloten om externe hulp of advies in te roepen.

 

Share Button